Wegrisico's

Veiligheidsadvies

Actualiteit

Sensibiliseer uw bestuurders: 89% van de Belgische automobilisten rijdt met slecht opgepompte banden.

62% van de wagens rijdt zelfs met een bandenspanning die 0,5 bar lager is dan de aanbevolen spanning* (die gemiddeld 2,5 bar bedraagt). Dat kan tot ernstige gevolgen leiden: de bandenspanning is een belangrijke factor in de meeste dodelijke verkeersongevallen.

* op basis van een meting door de Bond beter Leefmilieu en Michelin in september 2007.

Een slecht opgepompte band brengt een slechte rijstabiliteit en een aantasting van het loopvlak met zich mee, met ernstige risico’s als gevolg:
• slechte wegligging (met name in de bochten);
• verhoogde remafstand op nat wegdek;
• verhoogd risico op een klapband (oververhitting van de band).

Om de risico’s in te perken zetten we 8 tips op een rijtje voor u en uw wagenparkbestuurders.


Veilig rijden in 8 tips.

1. Controleer de bandenspanning en pas ze 1 maal per maand aan.
De gemiddelde bestuurder controleert de bandenspanning slechts 1 keer per jaar! Een band verliest echter spontaan tot 0,07 bar per maand. De door de constructeurs aanbevolen bandenspanningswaarden zijn van toepassing op ‘koude’ banden. Dat betekent op banden waarmee minder dan 3 km en met een matige snelheid (in de stad) werd gereden of banden die meer dan 2 uur in rust zijn.

2. Laat banden en wielen door een professional nakijken zodra 1 van de banden meer dan 0,1 bar verliest.

3. Los nooit een warme band.
Als u de spanning van warme banden wilt controleren en op punt stellen, neemt u de aanbevolen waarde voor koude banden en telt u daar 0,3 bar bij.

4. Pomp de banden niet te veel op.
Banden lossen uit zichzelf. Daarom bent u misschien geneigd om ze wat harder op te pompen. Opgepast! Daardoor wordt het loopvlak kleiner en verharden de zijkanten, wat een invloed heeft op de wegligging, het rijcomfort en de slijtage van de banden.

5. Vergeet de spanning van de reserveband niet te checken.
Je kunt niet altijd even makkelijk bij het reservewiel. Dat neemt niet weg dat het belangrijk is om regelmatig ook de spanning van deze reserveband te meten. Die moet 0,3 bar hoger zijn dan de hoogste aanbevolen spanning voor de gewone voor- en achterbanden.

6. Ga na of alle banden nog ventieldopjes hebben.
De ventieldop is van essentieel belang voor de dichtheid. De dop beschermt de binnenzijde van het ventiel tegen slijtage en vuil en maakt het gemakkelijk om de banden opnieuw op te pompen.

7. Pas op een band met stikstof dezelfde regels toe als op een band met lucht.
Bij een band die opgepompt is met stikstof is de dichtheid van het rubber iets groter. Een band met stikstof lost dus minder snel maar moet ook regelmatig nagezien worden. Banden oppompen met stikstof is duurder en het is nog steeds geen wondermiddel.

8. Pas de spanning aan de omstandigheden aan.
Als u op de autostrade of met een volgeladen wagen rijdt, sla er dan de voorschriften van de constructeur op na voor die specifieke omstandigheden. Voeg 0,3 bar toe aan de aanbevolen waarden als u de meting uitvoert op warme banden.

Slecht opgepompte banden = meer brandstofverbruik = meer vervuiling!
Bij een snelheid van 90 km/u leiden banden waarvan de spanning 1 bar lager is dan de aanbevolen waarde, tot een stijging in het brandstofverbruik met 3%!
Een band die onvoldoende opgepompt is veroorzaakt inderdaad een slechte rijstabiliteit, de band ‘kleeft’ minder aan de weg en verslijt sneller. Hij vervormt, warmt op en slorpt veel energie van de motor op. Onvoldoende opgepompte banden zijn dus in meerdere opzichten schadelijk voor het milieu.
Als we alleen nog maar met het verhoogde brandstofverbruik rekening houden, zijn slecht opgepompte banden alleen al in België goed voor 700 ton extra CO2-uitstoot per jaar. Om die stijging te compenseren zouden 35.000 bomen een jaar lang moeten kunnen groeien. Kortom, een regelmatige controle van de bandenspanning is niet alleen een zaak van verkeersveiligheid, maar ook van het leefmilieu.

Logo BNP PARIBAS

© Copyright 2009 BNP Paribas , alle rechten voorbehouden