De voorrang-van-rechtsregels zijn sinds 1 maart 2007 gewijzigd.
De regel die stelt dat een bestuurder zijn voorrang van rechts verliest als hij na stilstand terug verder rijdt, is geschrapt. De verplichting om “op een regelmatige manier” van rechts te komen om recht te hebben op voorrang van rechts werd afgeschaft. Het begrip “op een regelmatige manier” was te vaag en leidde tot rechtsonzekerheid. Er werd expliciet vastgelegd dat de voorrang van rechts niet geldt wanneer men uit een verboden rijrichting komt. Fietsers die uit een straat met beperkt eenrichtingsverkeer komen, aangeduid met het verkeersbord M2, hebben ook voorrang van rechts aangezien ze niet uit een voor hen verboden rijrichting komen. Dat geldt ook voor bestuurders van klasse A-bromfietsers die uit een straat met beperkt eenrichtingsverkeer komen, aangeduid met het verkeersbord M3.
Wie aan een kruispunt een doorlopend voet- of fietspad overschrijdt, verliest niet langer zijn voorrang ten aanzien van de andere automobilisten. Uiteraard blijven de bestaande voorrangregels voor voetgangers en fietsers behouden.
Opgepast!
Naar aanleiding van de wijziging van de voorrang-van-rechtsregels hadden sommige media het over de “absolute” voorrang van rechts. In werkelijkheid betreft de wijziging enkel de kruispunten met voorrang van rechts. Op deze kruispunten behoudt elke weggebruiker, of hij nu gestopt is of niet, zijn voorrang. Het is met andere woorden niet zo dat alle kruispunten nu kruispunten met voorrang van rechts geworden zijn!
We willen er tot slot ook even op wijzen dat niet alles toegelaten is wanneer men van rechts komt! Als een weggebruiker bijvoorbeeld te snel rijdt of onvoldoende rechts houdt, kan de rechter oordelen dat hij in geval van een ongeval verantwoordelijk is. Het artikel 12.2 van de wegcode bepaalt trouwens dat een bestuurder die een kruispunt nadert, extra voorzichtig moet zijn om ongevallen te vermijden.
Bron: BIVV