Elektriciteit onder spanning
De fee “Elektriciteit”. Alle ogen waren tijdens het laatste autosalon van Brussel alleen op haar gericht. Organisatoren, journalisten, bezoekers: niemand kon voorbijgaan aan de informatie. De eerste seriemodellen zouden dit jaar moeten gecommercialiseerd worden. Ja, maar...Ondanks deze aankondiging bestaan er een aantal onzekerheden op korte en middellange termijn over de toekomst van de elektrische wagen. Eerst een vaststelling: momenteel is het quasi onmogelijk om bij ons een elektrisch voertuig aan te schaffen en ermee te rijden. De elektrische seriemodellen zijn immers nog niet gecommercialiseerd. Het enige aanbod bestaat uit ‘microcars’ als de Reva of de Tazzari Zero, kleine stadswagens met twee zitjes. Verder zijn er de kleinschalige en uiterst dure transformaties zoals de elektrische Fiat Doblo. Wel bieden de grote automobielconstructeurs reeds een redelijke keuze hybride voertuigen aan, zoals de Toyota Prius, de Honda Insight, de Mercedes S400 Hybrid, alsook de Lexus GS450h, LS600h en RX450h.
Het nucleaire spook
De elektrische auto zal pas eind dit jaar, met de komst van de Mitsubishi iMiev en zijn klonen - de Peugeot iOn en de Citroën Zero - zijn intrede doen in België. Overigens is het moeilijk te voorspellen welke van die drie als eerste op de markt zal komen. Vanaf 2011 zullen deze modellen worden gevolgd door een meer uitgebreid aanbod van Renault. Maar het is niet allemaal zo rooskleurig. Ten eerste, om over echt ‘eco friendly’ auto’s te kunnen spreken, is de elektriciteit die zij gebruiken ideaal gesproken afkomstig van hernieuwbare energiebronnen (zonne-energie, waterkracht, wind). Om binnen een aantal jaren een aanzienlijk gedeelte van het wagenpark op elektriciteit te laten rijden, dient dus de bevoorrading van het elektriciteitsnetwerk herzien te worden, waarbij men waarschijnlijk nucleaire energie zal moeten gebruiken.
Netwerkpanne
Vervolgens is er het probleem van de autonomie: die bedraagt maximaal 130 km voor de hoger genoemde modellen, die dus veroordeeld blijven tot een stedelijk of semistedelijk gebruik. En zelfs in dat geval moeten ze nog kunnen bevoorraad worden. Maar tot op heden werd er nog geen enkel bevoorradingsnetwerk uitgebouwd. De intentie is er, de projecten worden ontwikkeld, maar tot nog toe werden er slechts enkele zeldzame oplaadpunten geplaatst en dan nog hoofdzakelijk op privéterreinen. Er blijft wel de mogelijkheid om thuis op te laden. Maar voor zij die in een appartement wonen, is er geen enkele mogelijkheid om hun batterij op te laden, tenzij ze over een garage met een stopcontact beschikken. Meer concreet stelt zich ook reeds het probleem van de standaardisatie van de stopcontacten. Voorts is er nog de elektriciteitskost; waarvan de fiscaliteit allicht zal veranderen indien elektriciteit als brandstof wordt beschouwd. Ten slotte is er het probleem van de wederverkoopwaarde van de elektrische wagens. De technologische evolutie - met name die van de batterijen - gebeurt zeer snel. Daardoor ziet het ernaar uit dat de eerste elektrische voertuigen nauwelijks nog waarde zullen hebben op de tweedehandsmarkt. Kortom, als elektriciteit een interessante oplossing voor de ‘groene’ mobiliteit lijkt, dienen er nog een hele reeks obstakels overwonnen te worden, naast een grondige herziening van onze gewoontes, om haar algemeen ingang te doen vinden.
|



De fee “Elektriciteit”. Alle ogen waren tijdens het laatste autosalon van Brussel alleen op haar gericht. Organisatoren, journalisten, bezoekers: niemand kon voorbijgaan aan de informatie. De eerste seriemodellen zouden dit jaar moeten gecommercialiseerd worden. Ja, maar...
