Voordeel van alle aard
|
Nieuwe formule sinds 1 januari 2012 De nieuwe regeling houdt niet langer rekening met de afstand tussen de woonplaats en de werkplek, maar met de volgende 2 parameters: - CO2-uitstoot van de wagen - Cataloguswaarde van de wagen. Onder cataloguswaarde wordt verstaan de catalogusprijs van het voertuig in nieuwe staat bij verkoop aan een particulier, inclusief opties en werkelijk betaalde belasting over de toegevoegde waarde, zonder rekening te houden met enige korting, vermindering, rabat of restorno.
De basis CO2-coëfficiënt bedraagt 5,5% voor een CO2-uitstoot van 95 gr/km voor dieselwagens (115 gr/km voor benzinewagens). Wanneer de uitstoot lager ligt dan de referentie-uitstoot wordt de CO2-coëfficiënt met 0,1% per CO2-gram verminderd, met een minimumpercentage van 4%. Het VAA mag wel nooit lager liggen dan EUR 1.200 per jaar (waarde voor 2012). Deze waarde, en de referentieuitstoot, zullen jaarlijks herzien worden volgens inflatie en technologische vooruitgang. Correctiecoëfficiënt: sinds 1 mei 2012 Nieuw is dat bovendien rekening wordt gehouden met de ouderdom van het voertuig. Daarom wordt op de cataloguswaarde een correctiecoëfficiënt toegepast in functie van de ouderdom van het voertuig. De cataloguswaarde wordt vermenigvuldigd met een percentage dat is bepaald in de onderstaande tabel, teneinde rekening te houden met de periode die is verstreken vanaf de datum van eerste inschrijving van het voertuig:
(*) een begonnen maand wordt voor een volle geteld.
Bijkomende verworpen uitgave ten laste van de werkgever Elk voordeel van alle aard op de wagen zal bovendien aanleiding geven tot een bijkomende verworpen uitgave (“BVU”) ten laste van de werkgever. De achterliggende reden is dat men een deel van de beoogde belastingverhoging voor de bedrijfswagens wil ten laste leggen van de werkgever.
De bijkomende verworpen uitgave dient opgeteld te worden bij de verworpen uitgave die ontstaat uit de bestaande aftrekbeperking van de autokosten (60%-120% aftrekbeperking in functie van de CO2-emissie van het voertuig).
De bijkomende verworpen uitgave bedraagt 17% van het VAA.
Indien de werkgever ervoor kiest om het bedrag voor dit privé-gebruik niet door de werknemer te laten betalen, wordt het belast als een voordeel van alle aard. Het voordeel van alle aard wordt door de fiscus beschouwd als loon en is dus gebonden aan de bedrijfsvoorheffing en aan de inkomstenbelasting. Het voordeel van alle aard wordt dan bij het brutosalaris geteld. De werkgever moet dit bedrag vermelden op de fiche 281.10. Elke persoonlijke eigen bijdrage van de bestuurder mag op het voordeel van alle aard in mindering gebracht worden. De overheid heeft een antwoord geformuleerd op een aantal veel gestelde vragen met betrekking tot de berekening van het voordeel van alle aard.
Deze kan u raadplegen op de site van het ministerie door hier te klikken. (update 19/04/2012)
|




