Vlootbeheer
Kiezen voor een globale aanpakElke vloot kent zijn uitschieters in zowel positieve als negatieve richting. En vaak gaat de meeste aandacht naar die laatste groep. Onterecht, want door te focussen op alle segmenten van de vloot kan men betere resultaten in de wacht slepen. Op welke manier zou u een vloot doorlichten? Wellicht zou een eerste stap erin bestaan de totaliteit van de voertuigen en dito chauffeurs in kaart te brengen. Dat het individuele rijgedrag met inbegrip van pakweg verbruik en aantal schadegevallen een volgende stap is klinkt plausibel. Het beeld dat men zal verkrijgen vertoont doorgaans een vrij herkenbaar patroon. Er zijn uitschieters in beide richtingen en een erg ruime middenmoot. Hamvraag is nu op welke manier hier in het kader van een efficiënter vlootbeheer op ingespeeld wordt? Ervoor zorgen dat de zwakkere schakel aansluiting vindt bij die middengroep is een vaak geziene reactie, maar getuigt dit wel van een doordachte aanpak? |
‘8 liter groep’Het brengt ons bij het verhaal van wat men in het jargon ‘management by exception’ noemt. De manager gaat zich op de negatieve uitschieters focussen, terwijl hij de overige segmenten van zijn vloot vrijwel helemaal onberoerd laat. In hoeverre dit een juiste aanpak zou zijn is een omstreden discussie. Kiezen voor iets is verzaken aan iets anders, of in deze: meerdere dingen. Een voorbeeld. Stel dat een normverbruik van bv. 6 liter voor elk voertuig je target is. Sommigen zitten daar onder, de meesten komen mooi in de buurt terwijl anderen een derde teveel (8 liter) op hun conto schrijven. Moet je enkel maatregelen voor die laatste veelverbruikers beogen? Het kan het bedrijf zuur opbreken. De prestaties van de middenmoot nog verder opkrikken kan evenveel of meer opleveren dan de resultaten van de ‘probleemrijders’ verbeteren. Een zelfde redenering kan gevolgd worden rond boetes, bandenverbruik, schade aan de voertuigen... |
PsychologieNet zoals dat voor een ruimer HR beleid van de onderneming het geval zal zijn, kan ook het vlootbeheer maar beter op een globale manier benaderd worden. Motiveer degenen die het goed doen. Zij zijn de gouden haantjes van de vloot, de locomotief als het ware, en dat kun je maar beter zo houden. En dan heb je de middenmoot waar de meeste van je mensen zich in bevinden. In deze B ploeg kun je beter de bestuurders met een A potentieel opsporen. Incentives zijn een instrument, maar mogelijke sancties evengoed. Kortom, dit is het verhaal van de wortel en de stok. Er zijn verschillende manieren om zo’n aanpak gestalte te geven. Je kunt sleutelen aan de budgetten of een bonus uitkeren aan degenen die hun best doen. Maar, je kan ook het brandstof-overgebruik doorbelasten of nog, een stijgende franchise aanrekenen volgens het aantal schades per jaar. De mogelijkheden zijn legio zolang je die globale aanpak van het vlootbeheer niet uit het oog verliest. |




